Kaap van hoop
Wind giert door het want,
de zeilen zijn gereefd,
duisternis wekt mijn angst.
Golven slaan over, ik ontwijk een rots.
Dan eindelijk luwte, het anker gaat uit.
Ik rust achter jouw kaap van hoop.
Je biedt me kalm water, doorzichtig als glas.
Toont me je bodem en nodigt me uit,
te duiken waar ik nog nooit was.
Gehavend schip op jouw rede ben ik en jij –
jij wacht met groot geduld af,
biedt bedding en houdt mij goed vast.
Mijn schip, geheeld en vervuld, is bereid.
Niet langer getalmd – het anker moet op,
het is tijd om verder te gaan.
Mijn zeil dat bolt in de bries zwaait gedag.
Met ferme hand stuwt de wind me naar zee,
jij roept me mijn koers te hervatten.
Michiel Soeters
Dit gedicht werd gepubliceerd in ‘Ankerplaats voor het rouwende hart’ van Riet Fiddelaers-Jaspers (2022). Heeze: In de Wolken
