Pianoverspel

Wim loopt door de schuifdeuren naar binnen. Hij scant snel de mensen in de winkel. Gelukkig, niemand die hij kent. Dit is wel de laatste plek waar hij een bekende wil tegenkomen, hij heeft een hekel aan de supermarkt en al helemaal aan de prietpraat die bekenden daar toch altijd lijken te moeten afsteken als ze hem daar zien. Hij pakt snel een karretje, neemt het briefje erbij dat Marieke hem toestopte. Hij fronst zijn wenkbrauwen. Krakelingen? Die eet ze anders nooit. Hij haalt zijn schouders op, wat zou hij zich ook druk maken. Papieren zakdoeken zijn geen overbodige luxe met haar verkoudheid. ‘Mijn god wat een doolhof,’ verzucht hij binnensmonds terwijl hij op zoek gaat naar de cup-a-soup.

Als hij alles heeft loopt hij gehaast naar de kassa. Ineens stokt zijn pas en voelt hij zijn wangen rood worden. Geschrokken kijkt hij nog een keer of er geen bekenden zijn die hem hier zien staan. Zijn hart bonst in zijn keel als hij de boodschappen op de lopende band legt. Hij had niet verwacht haar hier achter de kassa aan te treffen en zij hem duidelijk ook niet als klant, te oordelen naar de schichtige blik in haar ogen. Hij ziet haar om zich heen kijken. Alsof ook zij zeker wil zijn dat niemand haar met hem samen ziet. Hij voelt dat hij nog roder kleurt dan hij al was en hij durft haar nauwelijks aan te kijken.

‘Ik had je hier niet verwacht.’ Het klinkt alsof haar keel wordt dichtgeknepen.
‘Mijn vrouw is ziek’, stamelt hij verontschuldigend.
Ze knikt begripvol. Dan kijkt ze hem recht aan. ‘Fijn jou te zien.’ Hij ziet haar blik zachter worden en om haar mondhoeken verschijnt een kleine glimlach.

Hij voelt een kramp in zijn maag en zijn mond wordt droog. Hij hannest om zijn portemonnee uit zijn jaszak te krijgen. Gelukkig staat er nog niemand achter hem te wachten. Als hij hem tevoorschijn trekt, valt er nog iets uit zijn jaszak op de lopende band. Voordat hij goed en wel doorheeft wat het is, schiet ze in de lach: ‘En waar heeft je vrouw dat dan voor nodig?’

Hij ziet tot zijn schrik een ingepakt condoom op de lopende band naar de caissière toe bewegen. Ze pakt het zilverkleurige pakje er snel vanaf en kijkt hem uitdagend aan terwijl ze het in haar broekzak steekt en samenzweerderig zegt: ‘Die is voor de volgende keer als je me weer pianoles komt geven.’

Een reactie plaatsen